Met 450 officiële camperplaatsen blijft Nederland ver achter bij omringende landen. De Nederlandse Kampeerauto Clubprobeert gemeenten ertoe te bewegen zich gastvrijer op te stellen. De macht van het getal kan helpen.
Om te beginnen: de camperaaris geen kampeerder. De camperaaris zeker geen caravanner.De camperaar, meldt deNederlandse KampeerautoClub (NKC), houdt meer de dagindelingvan een botenbezitter aan: hij strijktneer, overnacht en toert de volgendeochtend vrolijk verder. Vervolgens: alshij ergens halt houdt, heeft hij aan weiniggenoeg. Een harde ondergrond, eentappunt, een plek om vuil water te lozen,de nabijheid van een straatlantaarn misschien.En intussen consumeert en recreëerthij, de camperaar.Het zijn overwegingen waarmee deNKC, met 21 duizend leden de grootstecamperclub van Europa, gemeenten ertoeprobeert te bewegen meer plek tebieden aan de kampeerauto.
Volgens een inventarisatie telt Nederland nu 450 officiëlecamperplaatsen, variërend van eengereserveerde hoek op een openbaarparkeerterrein tot aan locaties met alle denkbare voorzieningen bij luxueuze campings. NKC-projectleider Wim deWolf zegt dat Nederland met dit aantalver achterblijft bij landen als Duitsland,Frankrijk en Italië. Hij hoort het geregeld van buitenlandse camperaars: waaromis hier bijna niks? ‘Nederland heeft eenslechte naam op dit gebied.’De belangrijkste oorzaak van het schrale aanbod? De Wolf: ‘Onbekend -heid. Nederland is een caravanland.’Wat meespeelt: gemeenten vrezen de toornvan campings die verlies van klandizie voorzien. De Wolf: ‘We hebben het onzeleden gevraagd. 35 procent geeft aannooit op een camping te zullen overnachten– zij willen bijvoorbeeld niet gebonden zijn aan tijden waarop de slagboomopenstaat. 30 procent heeft geenspeciale voorkeur. Als je als gemeenteniks biedt, zullen die groepen sowieso niet komen.’ Nog een factor: de last vancontroles ter plekke. De Wolf: ‘Dat zal meevallen. Dit is keurig en rustig publiek.’Het streven is het aantal camper plaatsen jaarlijks met tien tot vijftien procent te laten toenemen. De investeringen zullen beperkt zijn als er alleen maar bordjes zullen worden geplaatst, maar de voorkeur gaat wel uit naar de aanwezigheid van zogeheten sani-stations, waarde camperaar tegen betaling van enkele euro’s water en stroom kunnen tappen.Ook is er gelegenheid afvalwater te lozen en toiletten te legen. Een plekje op loopoffietsafstand van attracties en/of centrumis gewenst. Mogelijk kunnen ook jachthavens, kampeerbedrijven en horecaruimte bieden.
Er staan volgens de NKC baten tegenover.Campers worden het hele jaar door gebruikt, waardoor het recreatieseizoenlanger duurt. Een servicepunt zal het oponthoud in de gemeente vaak enkele dagenverlengen. De bezoeker gaat geld uitgevenin de lokale restaurants, winkelsen musea; zo’n 80 euro per dag per voertuig,is becijferd. De Wolf: ‘Het is een winwin-situatie.’De macht van het getal kan het strevenkracht bijzetten. Het aantal campers inNederland is in negen jaar meer dan verdrievoudigd,van nog geen 20 duizend in2001 naar 66 duizend nu. Het zijn vooralde zogenoemde empty nesters die ze aanschaffen– veel vrije tijd, aardig wat te besteden,inmiddels. Marretje Jelmersma,manager verenigingszaken van de NKC:‘Het is vooral de vrijheid die aanspreekt.Gaan en staan waar je wilt. Er zijn nogal wat camperaaars die maanden achtereenvan huis zijn.’ Delen ze nog meer, denomaden in Hymers, Dethleffs en Mobilvetta’s?Een peiling onder de leden wees uit dat 40 procent hogeropgeleid is. Hetinkomen is modaal of meer. Technischeinteresse komt vaak voor.Hoewel de verkoop van nieuwe voertuigenals gevolg van de economische crisis vorig jaar met 25 procent kelderde– de terugloop in 2010 wordt voorlopiggeraamd op min 5 procent – bleef degroei van het wagenpark onverminderd doorgaan. Zowel particulieren als verhuurbedrijvenhalen goedkopere, wantBPM-vrije, occasions geregeld uit Duitsland.Het achterblijvend aantal camper plaatsen en de last van de BPM zijn nietde enige symptomen op basis waarvande NKC de stelling inneemt dat Nederlandnog altijd ‘camper onvriendelijk ’ is.Zo worden kampeerauto’s op lokaal niveaunogal eens aangemerkt als vrachtwagens,waardoor ze op bepaalde tijdenniet in de stad worden toegelaten. Detwee of drie dagen die ze voor de deurmogen staan, zijn dikwijls niet toereikendom het voertuig in- of uit te ruimenen schoon te maken.Maar Wim de Wolf van de NKC ziet weleen omslag. ‘Neem Zeeland. Daar lag hetaltijd wat moeilijk met de beschikbareruimte. Maar dit jaar kwamen de Girod’Italia en de Tour de France langs. Toenhebben alle bestuurders gezien hoeveelcampers zo’n evenement eigenlijk trekt.Sindsdien neemt het aantal plaatsensnel toe.’ Er wachten nieuwe ontginningen:in Limburg is in 2012 de Floriade. DeNKC zal bij de betrokken gemeenten opde stoep staan. De Wolf: ‘Reken op dekomst van veel Duitse camperaars.’
